Brief van Emmy

Beste Sytse, Op het gevaar af, dat je me gaat verslijten voor een maf, hysterisch wijf of erger: voor een ‘Sytse Buwalda groupie’, stuur ik je toch mijn bijdrage aan je gastenboek. Als dank voor het geschenk dat je mij, zonder het te weten, hebt gegeven bij je recital ‘Verboden Liefde’ op 10 februari j.l. in Beek. Om te lezen in rustiger tijden. Weet wat je teweeg kunt brengen bij je toehoorders ;-)
Lees maar.

Emmy

 

Het is drie uur. De voorstelling begint.
Vóór in het kerkje, bij het spreekgestoelte, hoor ik een stem. Degene die praat kan ik niet zien. De stem vertelt over Roberto, een student aan het conservatorium in Napels, en Nina, een novice in het naastgelegen klooster. Het wordt stil in de kerk.
Nog voor de punt geklonken heeft kijk ik naar het koor. Hoog boven mij zie ik een klein hoekje gezicht met rode krulletjes, één bruin oog en een stukje wang. Ik hoor klanken die zich aaneenrijgen tot een Ave Maria. De zanger kijkt strak voor zich uit. Geraakt ga ik weer recht op mijn stoel zitten, maar even later kijk ik toch weer om. Plechtig schrijdt De Artiest de kerk binnen. Zonlicht streelt een grote bos, kleine, kastanje rode krulletjes. Smalle schouders, gestoken in een zwarte, getailleerde jas. Een witte blouse met ruches aan de polsen piept daar onderuit. Ik kijk hem na; een plechtige, maar ook energieke tred, een mooi, open gezicht, met bruine ogen, waarin kleine, vrolijke sterretjes twinkelen. Mijn hart springt op van de voorpret: Dit is mooi!
Dan ontspint zich een liefdesverhaal en ik raak in de ban van Roberto en zijn vocale verleidingskunsten. Die Nina. Ze heeft geen schijn van kans wanneer Roberto zijn gouden keel openzet en zijn gevoelens vrij laat. Een snaar in mijn ziel begint te resoneren, steeds sneller en sneller tot het meetrilt op het timbre van zijn stem. De wanhoop over de verboden liefde verscheurt mijn hart, ik ren weg op de marktplaats en voel de zoete spanning van verboden briefjes en dat ene gepassioneerde samenzijn. Ik hou mijn adem in……….En dan is het afgelopen. Er volgt nog een toegift en dan gaat ieder weer zijns weegs.
In mijn binnenste trilt nog steeds die ene snaar, aangezet tot een hunkerend liedje van verlangen………

Ik ben er flink van slag door geweest. Ik heb me overspoeld gevoeld door een niet te definiëren hunkering naar iets. Wát weet ik eigenlijk zelf niet. Het laat zich het beste omschrijven als een gevoel van oneindige heimwee en een pijnlijk schrijnend verlangen naar het onbereikbare, verpersoonlijkt door de rode krullenbos van Sytse. Ik wil me verliezen in een zelfgeschapen wereld, bevolkt door gepassioneerde, mooie mensen. Wonen in prachtig ingerichte barokke vertrekken, omringd door mooie schilderijen, muziek en bijzondere boeken.

Langzaamaan kom ik weer met mijn voetjes dichter bij de grond, maar geland ben ik nog niet. Ik ben onthecht van mijn dagelijks bestaan, voel me een grote open zenuw, die door alles word geraakt, heb een niet te vullen gat in mijn ziel en barst van de heimwee. Ik weet even niet meer waar ik het zoeken moet. Op internet dan maar.

De site van Sytse heb ik de afgelopen dagen wel tig keer bezocht, de mooiste liederen uit de voorstelling wel honderd keer opnieuw beluisterd. Ik zak weg in de moody blues en met de moed der wanhoop klamp ik me uiteindelijk vast aan de belofte die ik mezelf ooit heb gedaan: zorg dat je elke avond tevreden in je bed ligt.

Tevreden, nou dus niet. Ontevreden en heel erg, dat wel. Ik bekijk mijn echtgenoot zuinig en afkeurend: saaie man. Nee, dan Sytse met zijn mooie ogen en jubelstem! Dat is pas leven! Toch is het niet zozeer de mens Sytse Buwalda, die me heeft geraakt. Ik ken de man tenslotte niet en ik zou de eerste niet zijn, die op een artiest allerlei eigenschappen projecteert die de mens in kwestie helemaal niet blijkt of zelfs maar wil bezitten. (hoewel ik wel erken dat ik als een blok ben gevallen voor zijn mooie rode manen, zijn prachtige stem en de schalkse blikken waarmee hij zijn publiek en dus ook mij verleidt. )
Sytse staat symbool voor iets in mijzelf dat ik verloren waande en waar ik af en toe een klein glimpje van opvang als ik durf te kijken: de kunstenaar, die zonder concessies te doen zijn passies volgt, zich laat zien in al zijn glans, glorie en kwetsbaarheid, zijn verhaal vertelt en het hart op de tong draagt.

In de spiegel zie ik een vermoeid, verdrietig gezicht, met dikke wallen onder haar ogen. Ook niet erg gepassioneerd, dit. Ik ben tot stilstand gekomen. Alles waar ik de afgelopen weken warm voor liep bestaat niet meer, ik ben niet vrolijk en gezellig meer. Ik voel me niet meer gul en levend en dat het buiten mooi weer is kan me geen donder schelen. Ik zeg mijn afspraken af en zit als een hoopje ellende in de hoek van de bank. Spinnenwebben op de boekenkast staren me met lange wimpers aan. De ramen tonen de vieze sporen van het ondeugende sneeuwbalhandje van ons buurjongetje. Ik neem een besluit: ik ga poetsen. Dé remedie wanneer het een zooitje is in mijn binnenste. Ik zet mooie muziek op, gooi de deur open, laat me gaan en huil. Huilend poets ik de hele woonkamer, gooi ouwe rommel weg, knipoog naar de spinnenwebben en veeg ze uit mijn huis en hart.

Langzaam wordt het weer licht en weet ik wat me te doen staat: de kunstenaar in mij leven inblazen en aan het woord laten, oppakken wat ik gestopt ben, schilderen, schrijven, mijn hart laten zien en mijn passie volgen. De rode krullenbos van Sytse als een baken voor mij uit.

Dankjewel Sytse, voor het helpen ontwaken van de kunstenaar in mij!

/

VR Media 2012©